HIV-gerelateerde hematologische afwijkingen

Datum laatste herziening: 23-07-09

Anemie, granulopenie en/of trombopenie

DD-cytopenie

Diagnostiek

Overig

Therapie

ITP

Lymfomen

AIDS-gerelateerde lymfomen

Behandeling NHL bij HIV-geïnfecteerde patiënten

CZS-profylaxe

Specifieke HIV-gerelateerde ziektebeelden

PEL (Primair effusie lymfoom)

Multicentric Castleman's disease

Verwante pagina's

Anemie, granulopenie en/of trombopenie

Cytopenieën komen veel voor bij patiënten met actieve HIV, de incidentie correleert direct met de mate van immuunsuppressie door het virus. Het is belangrijk te realiseren dat geïsoleerde cytopenieën, met name trombopenie, de eerste presentatie van een HIV infectie kunnen zijn. Bij patiënten die adequaat worden behandeld met HAART-therapie hebben de meeste cytopenieën een medicamenteuze oorzaak.

DD-cytopenie

Diagnostiek

Vanwege de grote differentiaal diagnose is het zinvol om bij belangrijke cytopenieën beenmergonderzoek te verrichten (cytologie, histologie, eventueel specifieke beenmergkweken bij verdenking infectieuze oorzaak).

Overig

Therapie

Behandeling onderliggende oorzaak (bijvoorbeeld infectie)

ITP

ITP bij HIV wordt zelden gekenmerkt door ernstige bloedingen. Spontane remissies komen vaak voor en er is meestal een goede respons op HIV behandeling. Corticosteroiden geven respons bij 80% van de patiënten, deze is echter blijvend bij < 10%. Een groot nadeel van corticosteroiden is de additionele immuunsuppressie.
Behandeling ITP in associatie met HIV: antiretrovirale therapie
Bij bloedingen/spoedingrepen:

Chronisch/recidief: splenectomie (respons bij 2/3 van patiënten)

Lymfomen

Ongeveer 10% van de HIV geïnfecteerde patiënten ontwikkelt een lymfoom, met name Non-Hodgkin lymfomen. Ongeveer 20% van deze NHL zijn een primair centraal zenuwstelsel lymfoom. De differentiaal diagnose met infecties (m.n. toxoplasmose) kan hierbij lastig zijn. Bij een NHL moet differentiaal diagnostisch altijd gedacht worden aan een onderliggende HIV infectie.

AIDS-gerelateerde lymfomen

  1. Acute HIV-infectie: lymfadenopathie, koorts, mononucleosis bloedbeeld
  2. Lymfadenopathie syndroom (LAS): polyclonale lymfklierhyperplasie
  3. Non-Hodgkin's lymfomen
  4. M. Hodgkin

Behandeling NHL bij HIV-geïnfecteerde patiënten

In principe worden deze patiënten op dezelfde wijze met polychemotherapie behandeld als niet-HIV geïnfecteerde patiënten. Ze kunnen echter niet in studies worden geïncludeerd. Als naast chemotherapie tevens gestart wordt met HAART (highly-active anti-retroviral therapy) is de prognose van deze patiënten identiek aan niet-HIV geïnfecteerde patiënten. Chemotherapie kan bij deze patiënten extreem myelosuppressief zijn, additionele behandeling met G-CSF kan nodig zijn om de kuren te verdragen zonder uitstel of dosisaanpassing. De waarde van het toevoegen van rituximab aan de behandeling met chemotherapie is nog onvoldoende uitgekristalliseerd, vooral omdat in diverse studies een toename van lethale opportunistische infecties is gezien bij het gebruik van rituximab. Bij recidieven is bewezen dat patiënten curatief behandeld kunnen worden met hoge dosis chemotherapie gevolgd door autologe SCT.

CZS-profylaxe

10 - 20% van de patiënten met een systemisch HIV gerelateerd NHL ontwikkelt een CZS lokalisatie. Naast het toedienen van CZS profylaxe bij testiculair NHL en Burkitt lymfoom wordt gepropageerd om dit tevens te overwegen bij hoog risico patiënten met beenmerg, paraspinale/epidurale, paranasale en uitgebreide systemische lokalisaties.

Specifieke HIV-gerelateerde ziektebeelden

PEL (Primair effusie lymfoom)

HHV-8 gerelateerd NHL met sereuze effusies in pleuraal, pericardiaal of peritoneaal holte. Prognose is slecht, overleving mediaan 2 - 6 maanden. Er is geen standaardbehandeling voor PEL, remissies zijn beschreven met HAART + CHOP. Immuunreconstitutie kan een belangrijke rol spelen bij PEL aangezien remissies ook zijn beschreven bij behandeling met HAART alleen.

Multicentric Castleman's disease

HHV-8 gerelateerde ziekte zich presenterend met polylymfadenopathie and multiorgaan aantasting. Optimale therapie is niet bekend, chemotherapie, antivirale medicatie en rituximab worden gebruikt.


VERWANTE PAGINA'S:
- Anemie
- Hemolytische anemie
- Hemoglobinopathie
- Aplastische anemie
- Paroxysmale nocturne hemoglobinurie (PNH)
- Neutropenie en agranulocytose
- Idiopathische trombocytopenische purpura (ITP)
- Trombotische trombocytopenische purpura (TTP)
- Vaginaal bloedverlies bij patiënten met trombocytopenie
- IJzerstapeling en -chelatiebehandeling
- Verkregen hemofagocytair syndroom (macrofagen activatiesyndroom)
- Transfusiebeleid bij hematologische patiënten

Printerversie PrinterversieMail deze pagina Mail deze pagina


© LUMC  |   Disclaimer